Een eigenaar van een Gentse
seksclub werd op 23 september 1997 vrijgesproken in hoger beroep, nadat hij
eerder tot drie jaar gevangenisstraf was veroordeeld wegens aanranding. De
rechter bleef de man echter aanrekenen dat hij illegaal een bordeel
exploiteerde waarin zich een SM-kelder bevond. Het vonnis stelde dat het in de
aanrandingzaak niet-commerciële sadomasochistische handelingen betrof tussen
volwassen mensen, die gepleegd werden met wederzijdse instemming. Opzettelijk
slaan en het toebrengen van lichte verwondingen kunnen niet gelijkgesteld
worden aan ongewenste seksuele intimiteiten.
De voorzitter van het Hof
van Beroep verklaarde wel dat toepassing van stroom, tepelklemmen en zwepen
ongeoorloofd is, omdat SM een 'liederlijke en ontuchtige vorm van seks' is.
Deze hulpmiddelen betekenen een verstoring van de openbare orde; ook al geven
deelnemers hun nadrukkelijke toestemming. De Belgische belangenvereniging van
sadomasochisten reageerde onthutst. De secretaris zei in het dagblad Het
Laatste Nieuws dat magistraten dan ook wasknijpers, tandenborstels en
mattenkloppers als seksattributen moeten verbieden.
De zaak in België vertoont
sterke overeenkomst met de zogeheten Spanner-zaak waarin het in
Luxemburg zetelende Europese Hof voor de Rechten van de Mens eerder in 1997
uitspraak deed. Het enige verschil tussen de twee processen is, dat de
Spanner-zaak betrekking had op 16 Britse homomannen en de aanklacht
in België gericht was tegen een heteroseksuele uitbater van een
seksclub.
De Europese rechters kwamen
tot de slotsom dat SM-spelletjes in alle gevallen een inbreuk zijn op de
persoonlijke levenssfeer en stemden in met de handelswijze van de Britse
politie, die de 16 mannen in 1992 had opgepakt. De Belgische rechter
onderschreef grotendeels het vonnis van het Europese Hof voor de Rechten van
de Mens waardoor ook bij onze zuiderburen beperkingen zijn opgelegd aan de
seksuele activiteiten van sadomasochisten.