|
Geschiedenis van de
brandnetel Een Noord-Duitse plantensage verklaart: De inwoners van de stad Teterow in Mekkelenburg vingen in het Teterower-meer zeer veel vis en hadden een grote hoeveelheid zout nodig om ze enige tijd te bewaren. Doch de vissers viel het hard om het dure zout uit afgelegen streken te moeten laten komen, en ze mopperden tegen God omdat hij hun geen zout water had gegeven. De Duivel kwam en gaf hun natuurlijk gelijk : 'Onze Heer begint oud te worden en vergeet gemakkelijk... maar ik ben nu nog op de wereld en zal het zeker goed maken! 'Hoe dan wel m'n beste kerel?' sprak de burgemeester. 'Zie en zaai', antwoorde de duivel. Hij krabde met de tanden over zijn tong en nam uit zijn muil een paar kroezelharige grauwgroene kogels, net als verschrompeld vel en hij reikte ze de burgemeester aan: 'kies nu eenen akker en zaai, en er zullen zoutplanten opwassen, genoeg voor je leven lang'. 'Na een jaar kom ik terug. En indien de planten U bevallen, draai ik U, mr de burgemeester, tot mijn loon, de hals om'. En de duivel vloog weg. De kogels werden op het zaailand gezaaid. Donkergroen, bijna duivelachtig zwart schoten de planten op ; de bladeren namen de vorm van tongen aan en wie ze vastnam of eraan likte om te weten of er zout in schuilde : brrr ! het brandde als echt hellevuur ! Zo schiep de duivel met zijn speeksel en tongvuil de woekerende brandnetel. Daarom heet de plant daar ook Duivelstong (Duweltunge). De brandnetel is een ont-toveringsplant. Reeds Dodoens leerde het ons : 'De ghene die Netelen over hem draeght samen met wat bladeren van Vijfvingher-cruydt, die sal vrij zijn van alle gheesten ende voorschijnselen die de mensche pleghen te vervaeren : want sij benemen den mensche alle vreese als sommighe versekeren'. Bij ons zou het gebruik nu niet meer bestaan... De brandnetel verdreef aangetoverde ziekten, waaronder de zogenaamde 'He-zensperre' dit zijn aangetoverde steken in de zijde. Ook tegen 'veebeheksing' gebruikte men brandnetels als geneesmiddel. Om de melk, die tot kaasbereiding moest dienen, tegen betovering te beschermen, legde men er brandnetelwortels in. Een dergelijk gebruik leeft nog steeds in Hongarije: om de heksen te beletten de koeien te betoveren snijdt men brandnetelstengels af op Pinksternacht en men slaat er het vee mee. De heksen deden brandnetels bij vijfvingerkruidsap, bestreken er hun handen mee, en wierpen de rest van t'mengsel in t'water en hielden hierin hun handen ; zo vingen zij gemakkelijk alle vissen die er in waren . Trokken zij echter hun handen terug uit het water, dan gingen de vissen op hun vroegere plaats terug. Wie brandnetels met duizendblad in de hand houdt, kent geen schrik en vreest geen spook. Om te weten of een zieke zal genezen of sterven, nemen de toverdokters zijn urine en leggen er, gedurende vierentwintig uren, brandnetelbladeren in : verwelken deze niet, dan is er geen levensgevaar ; verwelken zij wel, dan betekent dit de dood of een langdurige, zware ziekte. Dit gebruik zou op bepaalde plaatsen in Frankrijk nog bestaan. Kippen die voedsel met brandnetelbladeren te eten krijgen, leggen heel de winter door eieren. Nog een spreuk uit Vlaanderen: 'Dat kruid ken ik, zei den duvele, en hier vaagdege zie, gat an nen tengele'. Heksenmeesters gebruikten het sap van brandnetels en vijfvingerkruid. Ze wreven er hun handen mee in voor ze met hun toverwerk begonnen. SPROOKJES Ook in sprookjes komt de brandnetel wel eens voor: Er was eens een wrede burchtheer, die zijn tuinman verbood met de dochter van een zijner aanhorigheden te trouwen, tenzij het meisje twee hemden van brandnetels zou weven : een ervan zou haar bruidshemd, het andere het doodshemd van de burchtheer zijn. Het meisje voldeed aan de eis, op haar trouwdag luidde echter ook de doodsklokken voor de burchtheer. Eliza's broeders waren in zwanen veranderd, dat wil zeggen zij waren gestorven en hun zielen waren als zwanen weggevlogen. Om opnieuw te kunnen incarneren moet er voor ieder van hen een stoffelijk lichaam worden klaargemaakt, namelijk een brandnetelhemd. Eliza nam de taak over van Oerd, de eerste der nornen, die s'mensens levendraad spint, hem doet incarneren. Zodra de hemden over de zwanen geworpen waren, stonden zij daar weer als prinsen : lichaam en ziel verenigd ! De betekenis van het netelhemd als zinnebeeld is duidelijk. De brandnetel bevordert het aardse denken, sluit de aanraking met andere werelden af, helpt de mens om 'met twee voeten op grond te staan'. Het netelhemd is een aanduiding van het aardse lichaam, waarin de ziel zich in het huwelijksleven ten volle gaat uitdrukken en dat hij bij de dood achterblijft. De hitte van de brandnetel is de kracht van Mars. GENEESKUNDIGE en PRAKTISCHE TOEPASSINGEN. Omdat de brandnetel brandharen heeft is hij volgens de signatuurleer haar- groeibevorderend. Inderdaad zijn de haarwaters, van brandnetelbladeren gemaakt, zeer goed volgens de ervaringen der gebruikers. De meeste mensen lopen in een kringetje om de brandnetel heen zonder te beseffen welk een kostbare hulp hen deze onaanzienlijke plant kan bieden. Om te beginnen is dit kruid zeer rijk aan mineralen : ijzer, magnesium, mangaan, kalk en kalium, die juist in verbinding met plantenzuren gemakkelijk opgenomen worden. Zij zijn van groot belang voor de bloedvorming en voor de bloedontzuring, en dit laatste vooral is het doel van elke voorjaarskuur. Deze minerale stoffen de alkali-reserve van het bloed, anders gezegd : zij binden de giftstoffen, die het lichaam niet heeft kunnen afvuren, en waarvan de ergste, het urinezuur, in de lichaamsweefsels afgezet, aanleiding geeft tot allerlei kwalen, als reuma, jicht, ischias, spit, enz. Vandaar dat ook minerale zouten op zichzelf als geneesmiddel voor deze kwalen worden aanbevolen. In het voorjaar worden de giftstoffen uit de weefsels in de bloedbaan gebracht, men voelt zich ziek en zwak. wanneer men ze maar kan binden en kwijtraken, dan komt men als vernieuwd uit de kuur te voorschijn! Daartoe zijn dus de mineraalrijke kruiden aangewezen, zoals de brandnetel maar ook de paardebloem, duizendblad en hoefblad en verder nog het herderstasje, de waterkers, jonge worteltjes en selderij. Ook voor de beendervorming zijn deze mineralen van belang. Ze verbeteren de gehele stofwisseling, in het bijzonder de bloesomloop en nierfuntie. Uitwendig kan men brandnetels gebruiken om er de reumatische plaatsen van het lichaam mee te GESELEN, (de zogenaamde urticatie) wat door het gehalte aan mierenzuur hetzelfde resultaat geeft als de bijensteekkuur. Het 'prikken' van de brandnetels valt echter wel mee, als men ze zonder handschoenen plukt en men bijt een beetje door, treed er echter vlug gewenning op. Wel voelt men uren later nog de krachtige bloedstroming in de handen. Een praktische toepassing op het 'prikken' van de brandnetel is de volgende: Als vroeger in het dorp de 'dorpsstier' wat veel werk had, was het wel eens nodig om hem wat aan te moedigen. Een uitstekend middel om in zijn gereedschap de bloedsomloop wat op te voeren, is hem eens goed te bewerken met een bundeltje brandnetels. Later is men erachter gekomen dat dit ook op het mensenras van toepassing is.... |